|
Sterk leeft vandaag het besef dat wij gasten zijn, vreemdelingen, mensen onder weg. Daarbij past een nieuw type kerkelijke gemeente: de gastvrije gemeente. Om het met een beeld te zeggen: de gemeente als herberg. Of met een soortgelijke metafoor: de gemeente als haven, oase, vrijplaats, ronde tafelkerk. Een 'Raststätte'.
Verlangen Allemaal aanduidingen waaruit het verlangen spreekt naar een kerk die gericht is op mensen onderweg. Het verlangen naar een plek waar mensen op adem kunnen komen en waar je, als je dat wilt, in alle vrijheid kunt zeggen wat je bezighoudt. Een plek waar je met elkaar kunt overleggen over het vervolg van de reis. Waar je kunt aanschuiven aan een ronde tafel. Waar mensen elkaar aanspreken en niet toespreken. Je merkt: hier gaat het over 'iets anders' en het gaat ‘iets anders’ toe. Hier leggen we ons niet neer bij ‘zo is het nu eenmaal'. Het is een plek waar het zoeken naar God vorm krijgt, aangewakkerd wordt en waar we Hem, soms, op het spoor komen.
Praktijk Hoe kan zo'n kerk er concreet uitzien? Hoe bouwen we daar met elkaar aan? Zijn er begaanbare wegen die er naartoe leiden? Daarover gaat het boek Gemeente als herberg. Een concrete utopie, door Jan Hendriks.
Identiteit Na een korte schets van de wereld waarin we leven, volgt een schets van de gastvrije gemeente. Dat vormt het hart van dit boek. Direct wordt duidelijk dat we bij de gastvrije gemeente niet moeten denken aan de traditionele gemeente met nu als extraatje dat zij ook open is voor gasten. Integendeel. Het begrip gastvrij stempelt de gemeente in al haar aspecten. Dat begint direct al bij haar identiteit. De essentie van deze gemeente ligt in het levende bewustzijn dat wij ten diepste geen gastheren zijn, maar gasten; gasten van God met een beperkte verblijfsvergunning. De aarde is van God wij mogen daarop een tijdje als zijn gasten wonen. En dát besef leidt er toe dat we ons openstellen voor gasten. Het impliceert wederkerigheid. Gasten mogen niet alleen meedelen, maar ook mee uitdelen. Zo ontstaat ruimte voor de traditie én voor mensen, dat wil zeggen voor gemeenteleden en anderen. Deze identiteit doordringt alle aspecten van de gemeente. Haar klimaat, dat gekenmerkt wordt door respect voor en aanvaarding van mensen. En evenzeer de vormgeving van haar programma. Het accent ligt op verhalen, op de gemeente als verhaalgemeenschap. In deze context wordt leiding wat het bijbels gezien moet zijn: dienst.
Pastor als vroedvrouw Dit heeft ook consequenties voor de rol van de pastor. Deze rol is aan te duiden met het beeld van de vroedvrouw: ze helpt de gemeente het beste wat zij heeft in de wereld te brengen en tot ontplooiing te laten komen. Dit alles vraagt om een nieuwe structuur: die van de conciliaire gemeenschap. Al deze elementen zijn niet los te koop, maar vormen een samenhangend geheel: een systeem. Het is een pleidooi om zowel de plaatselijke parochie als de bovenplaatselijke organen naar dit model vorm te geven.
Gemeente als herberg. Een concrete utopie. Jan Hendriks Uitgeverij KOK, 2008 (6e druk). (210 pp). |